Geen revolutionair
Het kan niet. Ik kan er niet mee omgaan.
Het is het moe worden van het alsmaar met mijn rug naar mensen toe zitten.
Wij horen bij niemand. Altijd al, dus er is niet aan te wennen.
Wanneer ga je?
Het kan niet. Ik kan er niet mee omgaan.
Het is het moe worden van het alsmaar met mijn rug naar mensen toe zitten.
Wij horen bij niemand. Altijd al, dus er is niet aan te wennen.
Wanneer ga je?
Lang geleden (5 december)
Ik heb niet eens een zielig been. Hoewel de linker het altijd wat zwaarder heeft tijdens het schaatsen van de bocht.
Luister, Esra. Morgen is het weer anders. Denk aan nu en niet aan nooit.
Dat kan ik wel tegen mezelf zeggen, maar het werkt mooi niet.
Ik trek het nut van muziek in twijfel. Tot ik Moon River hoor. Dan is alles weer voor even.
Volgens Dana heb ik geen six-pack maar een sick-spac.
Jullie de aarde,
Ik werd de maan.
Zo overduidelijk die
grillen, zo onzichtbaar
is haar aard: de maan, zij
die met zoveel zilveren ogen
verborgen ongelukkig, ongelovig
de drukte kan zien om zich heen.
Zij blijft toch altijd en onvermijdelijk
alleen.
Je liep weg. Je had kwallen in je haar, zag ik nu. Ik viste het papieren hoedje van mijn neus en schreeuwde.
“Ja! En als je dat niet begrijpt, ga dan voor mijn part in de schoorsteen wonen met die verkoolde tenen van je!”
Je been schoot uit de kom. Op het andere hinkte je met een grote boog om me heen, weg van de gillende kikkers die over de grasballen stuiterden.
Ik stond op mijn handen en verloor mijn evenwicht. Terwijl ik viel, riep ik je nog na dat je vast nog nooit op een pelikanenrug gezeten had, overtuigend blauw als je was.
Toen belandde ik - uiteraard - midden in de zacht borrelende vleeskuip. Terwijl ik tot mijn navel samensmolt, greep ik naar een leeglopend koeienoog en ik smeet het in je nek. Een moment stond je stil onder de slaande molenwieken en het oog gleed over je rug naar beneden, groene draden achterlatend.
Je draaide je langzaam weer terug en ik zag dat je je laatste snaar doormidden geslagen had, samen met het krakend hout dat als gif uit je mond droop.
“Je hebt geen flauw idee wat je allemaal aan het doen bent”, kwispelden je venijnige oren.
“Okee, okee,” zei ik nog, “je mag mijn tanden hebben.”
Laatste reacties